Groot-Brittannië heeft een unieke relatie met het acteervak. Nergens anders ter wereld wordt het theater zo serieus genomen, en nergens anders levert die ernst zo consequent acteurs op die ook op het witte doek iets bijzonders doen. Van de naoorlogse grootsheid van Olivier en Guinness tot de hedendaagse veelzijdigheid van Oldman en Hardy: de Britse school heeft de filmwereld meer gegeven dan ze zelf misschien beseft.

Hier zijn de 10 beste Engelse acteurs aller tijden.

1. Sir Laurence Olivier – De ultieme Shakespeare-acteur

Laurence Olivier was niet de eerste grote Britse acteur, maar hij was wel de eerste die begreep hoe je de kracht van het theater kon vertalen naar film zonder er iets van te verliezen.

Zijn Hamlet uit 1948 won vier Oscars, inclusief Beste Film en Beste Acteur, en is nog altijd een van de meest complete Shakespeareadaptaties die ooit gemaakt zijn. Zijn Henry V (1944) werd nota bene gemaakt als propagandafilm om het Britse moreel tijdens de Tweede Wereldoorlog op te vijzelen. Het werkte.

Wat Olivier onderscheidde was niet alleen zijn techniek, maar zijn ongeduld. Hij wilde altijd meer: meer risico, meer diepte, meer transformatie. Op latere leeftijd speelde hij in films als Sleuth (1972) en Marathon Man (1976) rollen die hem weinig beschermden en des te meer onthulden. Elke Britse acteur die na hem naar het theater ging, ging op zijn minst deels op zoek naar wat hij had gevonden.

2. Sir Anthony Hopkins – De man met de hypnotiserende blik

hopkins films
Kathy Hutchins / Shutterstock.com

Het probleem met Anthony Hopkins is dat Hannibal Lecter zo goed is dat het bijna alles daarvoor en daarna overschaduwt. Hij speelde die rol in The Silence of the Lambs (1991) in iets meer dan zestien minuten totale schermtijd en won er een Oscar mee. Zestien minuten. Het is een van de meest efficiënte acteerprestaties in de filmgeschiedenis.

Maar wie alleen Lecter kent, mist The Remains of the Day (1993), waarin Hopkins een Engelse butler speelt die zijn hele leven zijn gevoelens heeft onderdrukt en daarvoor een onmogelijke prijs betaalt. Het is het tegenovergestelde van Lecter: ingetogen, stil, hartverscheurend.

En bijna dertig jaar later, op zijn drieëntachtigste, won hij een tweede Oscar voor The Father (2020), een film over dementie die hij speelde alsof hij het zelf meemaakte. Weinig acteurs worden beter naarmate ze ouder worden. Hopkins wel.

3. Daniel Day-Lewis – De kameleon die verdwijnt in zijn rollen

daniel day lewis
Kathy Hutchins / Shutterstock.com

Daniel Day-Lewis heeft drie Oscars voor Beste Acteur. Niemand anders heeft er meer dan twee. Dat getal alleen al vertelt een verhaal, maar het vertelt niet het hele verhaal: want Day-Lewis is ook de acteur die zijn rol als een schoenmaker in The Last of the Mohicans (1992) serieus nam door maandenlang schoeisels te maken, die maandenlang in karakter bleef op de set van Gangs of New York (2002), en die voor My Left Foot (1989) weigerde zijn rolstoel te verlaten, ook tussen de opnames.

Of dat gezond is, is een andere vraag. De resultaten zijn onweerlegbaar. Zijn Daniel Plainview in There Will Be Blood (2007) is een van de meest complete karakterstudies in de Amerikaanse filmgeschiedenis. Zijn Lincoln (2012) is zo overtuigend dat je vergeet dat je naar een acteur kijkt. In 2017 kondigde hij zijn pensioen aan.

4. Sir Michael Caine – De charmante Cockney-held

Michael Caine heeft in meer dan honderd films gespeeld, en hij is de eerste die zal toegeven dat ze niet allemaal even goed waren. Hij nam in de jaren tachtig rollen aan die hij zelf als “de rekeningen betalen” omschreef, en hij zei het zonder schaamte. Dat eerlijkheid is kenmerkend voor hem.

Maar in zijn beste films is hij onvervangbaar. In The Italian Job (1969) en Get Carter (1971) definieerde hij een bepaald soort Britse mannelijkheid: kalm, scherp, gevaarlijk onderschat. Later werd hij de betrouwbare oudere man in Christopher Nolans films, van The Dark Knight (2008) tot Interstellar (2014), en hij speelde die rol met een warmte die de films er menselijker van maakte.

5. Sir Alec Guinness – Van Shakespeare tot Star Wars

Alec Guinness had een eigenaardig probleem aan het einde van zijn leven: hij haatte het dat mensen hem kenden als Obi-Wan Kenobi. Hij schreef in zijn dagboek dat hij een jonge fan eens had gevraagd te beloven nooit meer een Star Wars-film te kijken, op voorwaarde dat hij een handtekening gaf. De film had hem rijk gemaakt, maar het was niet het werk waar hij trots op was.

Begrijpelijk, als je weet wat er daarvoor kwam. In Kind Hearts and Coronets (1949) speelde hij acht verschillende personages in één film, elk met een eigen stem, houding en persoonlijkheid. In The Bridge on the River Kwai (1957) won hij zijn Oscar als een Britse kolonel wiens trots hem blinder maakt dan zijn vijanden.

6. Gary Oldman – De man van duizend gezichten

gary oldman
Fred Duval / Shutterstock.com

Gary Oldman is de acteur die andere acteurs bewonderen. Dat is geen kleine kwalificatie. Hij heeft Dracula gespeeld, Beethoven, Sid Vicious, Jean-Baptiste Zorg, Sirius Black, Commissioner Gordon en Winston Churchill, en bij geen van die rollen dacht je: ja, maar dat is gewoon Gary Oldman. Hij verdwijnt volledig.

Zijn Oscar voor Darkest Hour (2017) voelde voor veel mensen als een inhaalslag: een erkenning van een carrière die eigenlijk al decennia oscarniveau had geleverd maar er structureel naast greep.

In Tinker Tailor Soldier Spy (2011) speelde hij George Smiley, John le Carrés meester-spion, met een precisie en ingehouden intensiteit die de film blijft achtervolgen. Een van de meest onderschatte grote acteurs van zijn generatie, eindelijk op zijn waarde geschat.

7. Ian McKellen – De man met de gouden stem

mckellen ian
Denis Makarenko / Shutterstock.com

Ian McKellen is 85, heeft in zowel de Lord of the Rings-trilogie als de X-Men-franchise de meest iconische bijrollen gespeeld, en is tegelijkertijd een van de meest gerespecteerde theaterspelers van zijn generatie.

Zijn Gandalf is het schoolvoorbeeld van hoe je een fantasyrol speelt zonder je te schamen: met volle overtuiging, zonder ironie, alsof de wereld van Tolkien de enige wereld is die telt. Zijn Magneto in de X-Men-films geeft het personage een tragische diepte die het verhaal eigenlijk niet vereiste maar er veel beter van werd. .

8. Benedict Cumberbatch – De moderne Britse acteerelite

Benedict Cumberbatch
DFree / Shutterstock.com

Er zijn acteurs die één iconische rol spelen en daarna de rest van hun carrière proberen eraan te ontsnappen. Benedict Cumberbatch doet het tegenovergestelde: zijn Sherlock Holmes in de BBC-serie Sherlock (2010-2017) was zo goed dat hij er gewoon me door bleef gaan, terwijl zijn ster in Hollywood reizende was.

In The Imitation Game (2014) speelde hij Alan Turing met een kwetsbaarheid die het publiek raakte. In Power of the Dog (2021) speelde hij een giftige, briljante rancher in een western die helemaal niet wil doen alsof het een western is, en hij was de beste in een uitstekende cast. Z

9. Ralph Fiennes – Van ultieme schurk tot Shakespeare-genie

fiennes
Fred Duval / Shutterstock.com

Ralph Fiennes heeft twee rollen gespeeld die in de collectieve filmherinnering zijn gebrand: Amon Göth, de sadistische kampcommandant in Schindler’s List (1993), en Lord Voldemort in de Harry Potter-films. Beide zijn koelbloedig en onmenselijk, maar op totaal verschillende manieren. Göth is een mens die zichzelf heeft uitgehold. Voldemort is al lang voorbij dat punt. Dat Fiennes beide geloofwaardig speelt zegt iets over zijn bereik.

Maar zijn beste werk is misschien The English Patient (1996), waarin hij een gewonde en geheugen kwijt rakende man speelt wiens verleden langzaam terugkomt, of de duistere bureaucraat M in de latere Bond-films, of de absurd grappige hotelmanager Gustave H. in The Grand Budapest Hotel (2014).

10. Tom Hardy – De rauwe krachtpatser

tom hardy
Featureflash Photo Agency / Shutterstock.com

Tom Hardy praat niet altijd goed verstaanbaar in zijn films. Dat is deels een bewuste keuze, deels een gevolg van zijn obsessie met de fysiologie van zijn personages: hoe ze staan, hoe ze bewegen, hoe ze ademhalen, en pas daarna hoe ze praten. In Bronson (2008), zijn vroege doorbraak als de beruchte Britse gevangene Charles Bronson, is zijn lichaam het instrument en het verhaal tegelijk.

In Mad Max: Fury Road (2015) speelde hij Max Rockatansky met nauwelijks dialoog maar een aanwezigheid die het hele frame vult. In Locke (2013) speelde hij een man die een uur lang in een auto zit en telefoneert, en toch was het een van de meest gespannen films van dat jaar. Zijn Venom is popcorn. Zijn werk voor de Britse televisie, met name Peaky Blinders en Taboo, is iets anders. Hardy op zijn best is iemand die gevaar uitstraalt zonder ooit te hoeven schreeuwen.