De Spaanse cinema heeft twee gezichten. Er is het internationale gezicht: Banderas en Bardem, namen die iedereen kent, mannen die Hollywood hebben veroverd op hun eigen voorwaarden. En er is het binnenlandse gezicht: de acteurs die in Spanje legendarisch zijn maar buiten de landsgrenzen te weinig worden gezien. Dit lijstje probeert recht te doen aan beide.
Hier zijn de 10 grootste Spaanse acteurs aller tijden.
1. Antonio Banderas – De Spaanse Hollywood-superster

Antonio Banderas begon zijn carrière als Pedro Almodóvars favoriete leading man. In films als Matador (1986), Mujeres al borde de un ataque de nervios (1988) en Átame! (1990) speelde hij jonge mannen met een gevaarlijke ondertoon, en Almodóvar wist als geen ander hoe hij die kwaliteit moest gebruiken. Banderas was geen sieraad in die films. Hij was de motor.
Toen Hollywood belde, vertrok hij naar Los Angeles met amper Engels en leerde de taal in razend tempo. Desperado (1995) maakte van hem een actie-icoon, The Mask of Zorro (1998) een wereldster. Maar zijn meest indrukwekkende moment is misschien Pain and Glory (2019), waarin hij terugkeerde naar Almodóvar voor een rol die sterk autobiografisch was en hem een Oscarnominatie opleverde. Veertig jaar na zijn debuut nog even relevant.
2. Javier Bardem – De man van Oscarwaardige rollen

Javier Bardem heeft een van de gevaarlijkste gezichten in de filmgeschiedenis. Niet fysiek gevaarlijk, maar dramatisch gevaarlijk: je weet nooit precies wat er achter die ogen gebeurt. Joel en Ethan Coen begrepen dat instinctief toen ze hem castten als de genadelloze Anton Chigurh in No Country for Old Men (2007). Het leverde hem een Oscar op voor Beste Bijrol, volledig terecht.
Maar wie Bardem alleen kent van die rol, mist het halve verhaal. In Mar Adentro (2004) speelde hij Ramón Sampedro, een verlamde man die het recht op euthanasie bevecht, met een sereniteit die je de adem beneemt. In Los Lunes al Sol (2002) was hij een werkloze arbeidsveteraan, moe en trots tegelijk. Later kwamen Skyfall (2012) en Dune (2021).
3. Luis Tosar – De meester van het Spaanse misdaaddrama

Luis Tosar is de acteur die je cast als je wil dat het publiek niet zeker weet of het bang voor je moet zijn of medelijden met je moet hebben. In Celda 211 (2009) speelde hij een gevangene die een opstand leidt met een mengsel van charisma en meedogenloosheid dat je niet los kan laten. De film won negen Goya-prijzen, de Spaanse equivalent van de Oscars. Tosar pakte er zeven van mee.
Zijn rol in Mientras duermes (2011) is minstens zo onvergetelijk: een portier die zijn buurvrouw in het geheim terroriseert, kalm en methodisch. Het is een van de meest ongemakkelijke films uit de Spaanse cinema, en dat komt volledig door Tosars vermogen om iets wat afschuwelijk is toch begrijpelijk te maken. Te doy mis ojos (2003) en El desconocido (2015) bevestigen wat iedereen die hem kent al weet: hij is de beste acteur van zijn generatie in Spanje, en internationaal zwaar onderschat.
4. Fernando Rey – De klassieke grootheid
Voordat Banderas en Bardem het Spaanse gezicht van de internationale cinema werden, was er Fernando Rey. Hij werkte jarenlang samen met Luis Buñuel, de surrealistische grootmeester, en die samenwerking leverde films op als Viridiana (1961) en Tristana (1970), films die de grenzen opzochten van wat cinema mocht zijn en zeggen.
Buiten Spanje werd Rey wereldwijd bekend als de gladde, ongrijpbare drugshandelaar in The French Connection (1971). William Friedkins film won vijf Oscars en Rey’s aanwezigheid daarin, koelbloedig en beschaafd terwijl Gene Hackman hem door de straten van New York jaagt, is een van de meest memorabele schurkenrollen van de jaren zeventig. Een acteur die zijn tijd ver vooruit was.
5. Ricardo Darín – Technisch gezien Argentijns, maar een icoon in de Spaanse cinema
Ricardo Darín is Argentijn, geboren en getogen in Buenos Aires. Maar zijn invloed op de Spaanstalige cinema is zo fundamenteel dat hij hier niet kan ontbreken. Hij is de Meryl Streep van het Spaans: elke rol zit, elke keuze is verantwoord, en hij maakt het allemaal moeiteloos laten lijken.

In El secreto de sus ojos (2009), de Argentijnse Oscarwinnaar voor Beste Buitenlandse Film, speelde hij een gepensioneerde rechercherechter die een oude zaak heronderzoekt. Het is een film over herinnering, obsessie en onverwerkt verdriet, en Darín draagt die thema’s met een vanzelfsprekendheid die je vergeet dat je naar een acteur kijkt. Carancho (2010) bewees dat hij ook rauwer materiaal aankon. Hij is zeventig nu en werkt nog altijd. Terecht.
6. José Coronado – De koning van de Spaanse thriller
José Coronado is het soort acteur dat je pas echt leert waarderen als je een paar van zijn films hebt gezien. Hij heeft een zwaarheid over zich, een donkere rust, die perfect past bij de moreel ambigue personages waarmee de Spaanse thriller groot is geworden.
In No habrá paz para los malvados (2011) speelde hij een corrupte agent die zijn eigen ondergang tegemoet loopt met bijna filosofische gelatenheid. De film won vier Goya’s. Contratiempo (2016) en El inocente (2021) bevestigen zijn positie als de go-to acteur voor Spaans spanning die ook psychologisch de diepte in wil. Hij is nooit doorgebroken buiten Spanje en dat is een gemiste kans van de internationale distributie, niet van hem.
7. Alfredo Landa – De meester van de Spaanse komedie
Alfredo Landa begon zijn carrière in de zogeheten ‘landismo’-films van de jaren zeventig: luchtige, ietwat schunnige komedies die in Spanje enorm populair waren maar buiten de landsgrenzen nauwelijks aandacht kregen. Het was gemakkelijk om hem daardoor te onderschatten.
Maar wie verder keek, zag iets anders. In Mario Camus’ Los santos inocentes (1984) speelde hij Paco, een analfabete dagloner in het Franco-tijdperk die zijn gezin overeind probeert te houden met een waardigheid die hem nooit wordt gegund. Het is een hartverscheurende film en Landa’s performance is er het kloppende hart van. Hij won er de prijs voor Beste Acteur in Cannes mee, gedeeld met Francisco Rabal. Het publiek dat hem alleen kende van de komedies stond verbaasd. De critici niet.
8. Santiago Segura – De cultheld van de Spaanse cinema
Santiago Segura is een fenomeen dat je niet goed kunt uitleggen aan iemand die er niet mee is opgegroeid. De Torrente-franchise die hij schreef, regisseerde en zelf speelde is in Spanje kolossaal populair: rauwe komedie, slapstick en nationale zelfspot verpakt in een figuur die bewust onsmakelijk en onsympathiek is. Het eerste deel uit 1998 werd destijds de bestbezochte Spaanse film ooit.
Maar Segura is meer dan Torrente. Zijn bijrol in Álex de la Iglesia’s El día de la bestia (1995) is een van de beste dingen in die film. En het feit dat Guillermo del Toro en Guillermo del Toro hem castten in internationale producties zegt genoeg over hoe serieus vakgenoten hem nemen. Een cultheld die weet wat hij doet.
9. Sergi López – De Spanjaard die in Frankrijk beroemd werd
Sergi López is Catalaans, werkt het liefst in Frankrijk en is internationaal het meest bekend van een rol die hem zichtbaar ongemakkelijk maakt: de sadistische, fascistische kapitein Vidal in Guillermo del Toro’s El laberinto del fauno (2006). Het is een rol die hij zo goed speelt dat mensen hem er nog altijd op aanspreken. Logisch, maar ook een beetje onrechtvaardig.
Want zijn beste werk ligt in de Franstalige films die hij daarvoor maakte. In Harry, un ami qui vous veut du bien (2000) speelde hij een ogenschijnlijk aardige vriend die langzaam iets huiveringwekkends blijkt te zijn, en hij deed dat met een subtiliteit die je huid deed kruipen.
10. Eduardo Noriega – De ster van de Spaanse neo-noir
In de tweede helft van de jaren negentig was Eduardo Noriega het gezicht van een nieuwe generatie Spaanse thrillers. Alejandro Amenábars Tesis (1996) en Abre los ojos (1997) maakten van hem een ster: mooi, onbetrouwbaar, altijd net iets te glad om volledig te vertrouwen. Dat was geen toeval. Hij koos bewust voor rollen waarbij de kijker twijfelde.
In Guillermo del Toro’s El espinazo del diablo (2001) speelde hij een jonge man wiens gevaar van binnenuit komt, en ook daar was zijn dubbelzinnigheid zijn sterkste wapen. Zijn carrière verliep daarna grillig, maar zijn werk uit die periode staat. Abre los ojos werd overigens vertaald naar Cameron Crowes Vanilla Sky (2001), met Tom Cruise in zijn rol. Noriega’s versie is beter.
Van Hollywood-iconen tot arthouse-legendes
Wat opvalt als je dit lijstje doorloopt is hoeveel van deze acteurs hun beste werk deden in films die buiten Spanje nauwelijks gezien zijn. Tosar in Celda 211, Coronado in No habrá paz para los malvados, Landa in Los santos inocentes: stuk voor stuk films die de moeite waard zijn voor iedereen die denkt dat Europese cinema ophoudt bij Frankrijk en Italië.
Van de klassieke grootsheid van Fernando Rey tot de hedendaagse kracht van Javier Bardem: Spanje heeft de filmwereld meer gegeven dan het er doorgaans voor terugkrijgt.
